Een specialist ouderengeneeskunde die niet meer werkzaam is binnen zijn specialisme zal na verloop van tijd uit het register van specialisten ouderengeneeskunde worden geschreven en daarmee de titel van specialist ouderengeneeskunde verliezen. Door herintreding kan de arts opnieuw worden ingeschreven in het register. Hiervoor dient de arts een deel van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde opnieuw te volgen. 

 

Omdat de arts al eerder is opgeleid tot specialist ouderengeneeskunde wordt deze in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan een op de individuele situatie afgestemd scholingsprogramma .

 

De samenstelling van het scholingsprogramma is afhankelijk van de kennis en ervaring van de arts. De duur van het programma bedraagt één jaar voltijds of evenredig langer in deeltijd. Deze periode kan op voorstel van het betrokken hoofd van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde worden bekort of verlengd .

 

Binnen het scholingsprogramma dient een arts 200 uur cursorisch onderwijs te volgen. Bij meer of minder opleidingstijd wordt het cursorisch onderwijs naar rato verminderd respectievelijk vermeerderd. De kosten voor 200 uur onderwijs bedragen €12.000,-.

 

De regelgeving ten aanzien van de herintreding van een specialist ouderengeneeskunde ligt vast in het Kaderbesluit RGS hoofdstuk D, paragraaf II-C Individueel scholingsprogramma.

 

Geïnteresseerde artsen melden zich in eerste instantie aan bij de RGS, die bepaalt of de arts in aanmerking komt voor herintreding. Hierna volgt een gesprek met het hoofd van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in uw regio.