1. Vanaf 1 mei 2016 is een nieuw opleidingsplan van kracht. Wat zijn de verschillen met het voorgaande opleidingsplan?
    Een opvallende onderwijskundige wijziging ten opzichte van het vorige opleidingsplan is de introductie van de ‘kenmerkende beroepssituatie(s)’ (KBS). De KBS geven de opleiding als het ware kleur en vorm en bepalen de inhoud. De beroepsactiviteiten die de specialist ouderengeneeskunde uitvoert in een KBS, worden getoetst. Hiermee worden de onderliggende competenties getoetst. Het karakter van de opleiding blijft dus onveranderd competentiegericht. De ordening met KBS heeft als consequentie dat de thema’s uit de vorige opleidingsplannen zijn verlaten. Anders gezegd: KBS zijn de concrete vertaling van de ‘oude’ thema’s. Daarnaast zorgen ze ervoor dat de opleiding aansluit bij de meest recente wetenschappelijke kennis en bij de maatschappelijke kijk op het beroep van specialist ouderengeneeskunde. Andere wijzigingen zijn:
    - de onderverdeling van de driejarige opleiding in een basisfase (jaar 1) en een verdiepingsfase (jaar 2 en 3);
    - het aantal cursorische onderwijsdagen varieert van minimaal 100 dagen tot maximaal 130 dagen;
    - een verplicht aantal consultaties in de eerste lijn tijdens de periode PG/SOM in de verdiepingsfase;
    - een opleidingsperiode geriatrische revalidatiezorg;
    - aangescherpte richtlijnen voor het minimaal aantal patiënten;
    - (half)jaarlijkse kennistoetsen;
    - het modulair onderwijs in de verdiepingsfase.
  2. Wat is het verschil tussen kenmerkende beroepssituaties en beroepsactiviteiten?

    Kenmerkende beroepssituaties (KBS) zijn (oefen)situaties die representatief zijn voor het werkveld van de specialist ouderengeneeskunde. Tijdens de opleidingsperiodes

    en -stages bekwaamt de aios zich in een doeltreffende aanpak van KBS. Hierdoor ontwikkelt ze de competenties die nodig zijn om in deze en vergelijkbare situaties adequaat

    te kunnen handelen.

    Een andere invalshoek is: kijken naar wat de specialist in essentie doet in die situaties.

    Het gaat hierbij om beroepsactiviteiten: activiteiten die regelmatig terugkomen en tot de kern van het beroepsmatig handelen horen. Denk hier bijvoorbeeld aan het uitvoeren van een geriatrisch assessment en het opstellen van een behandelplan.

  3. Welke beroepsactiviteiten en kenmerkende beroepssituaties (KBS) zijn er?
    Download hier het overzicht met beroepsactiviteiten en KBS
  4. Is er een beschrijving per beroepsactiviteit?
    Download hier de beschrijving per beroepsactiviteit.
  5. Is er een beschrijving per kenmerkende beroepssituatie?
    Download hier de beschrijving per kenmerkende beroepssituatie
  6. Waarom beoordelen we in het basisjaar 10 beroepsactiviteiten en 15 kenmerkende beroepssituaties (KBS) terwijl er meer in de praktijk voorkomen?
    We bieden een driejarige opleiding. In het basisjaar wordt de aios specifiek beoordeeld op deze 10 beroepsactiviteiten in deze 15 KBS. De opleider kan in de praktijk zo nodig ook de aios feedback geven op diens handelen bij andere beroepsactiviteiten en in andere KBS.  
  7. Hoe moet je als aios en opleider omgaan met de variatie in complexiteit van kenmerkende beroepssituaties, waarbinnen beroepsactiviteiten uitgevoerd moeten worden? 
    In de praktijk varieert de complexiteit van KBS inderdaad. Uiteraard houdt een opleider er rekening mee dat een aios in het begin minder bekwaam is in complexe situaties dan later tijdens zijn stage. De opleider en aios beoordelen dit op een realistisch niveau. Ook als specialist ouderengeneeskunde zijn er situaties, waarbij je een collega consulteert.
  8. Moet je als opleider alle beroepsactiviteiten en KBS afzonderlijk beoordelen en hoe vaak?
    Nee dat is niet nodig. In het toetsboek wordt aangegeven op welke wijze en hoe vaak minimaal getoetst wordt. Daarbij wordt aangegeven dat variatie van toetssituaties wenselijk is. 
    De selectieve beoordeling betreft wel alle 10 beroepsactiviteiten. Daarin wordt van de opleider gevraagd, op grond van wat hij in de gehele periode daarvoor gezien heeft van de aios (toetsen en het ‘gewone functioneren’), om een oordeel te geven over de mate van bekwaamheid in de beroepsactiviteiten die in de context van de opleidingsperiode (1e jaar: PG en SOM).
  9. Hoe toets je als opleider binnen de beroepsactiviteiten en KBS welke CANMEDS de aios beheerst?
    Dat komt aan de orde in het toetsboek en in de scholing voor opleiders.
  10. Wanneer stel je vast dat een aios een beroepsactiviteit voldoende beheerst?
    Dat komt aan de orde in het toetsboek (bij onderdeel selectieve beoordeling) en in de scholing voor opleiders. 
  11. Hoe kunnen collega-SO’s participeren in opleiden van aios? En wat als co-opleiders de bekwaamheid van de aios anders inschatten? 
    Ook op basis van het eerdere opleidingsplan was participatie van een collega SO mogelijk. Dit komt opnieuw aan de orde in de scholing voor opleiders. Het nieuwe toetsboek geeft net zoals het voorgaande toetsboek weer wie een toets kunnen afnemen. Ook loopt er een SOON-project (PWO) over de opleidingsgroepen dat mogelijk hiervoor aanwijzingen geeft.
  12. Hoe moet de opleider omgaan met beroepsactiviteiten die via taakdelegatie door andere disciplines worden uitgevoerd?
    Betrek deze disciplines (bv verpleegkundig specialist) bij de scholing van de aios en laat ook toetsing van die beroepsactiviteit of medisch technische handeling door die discipline plaatsvinden.
  13. Over welke kennis moet de aios beschikken?
    Download hier de verplichte literatuur en kennisbronnen 
  14. Wat moet ik als opleider regelen voor de nieuwe opleiding?
    Download hier het document dat voor uw organisatie van toepassing is:

    Kwaliteitsvoorwaarden leeromgevingen Somatiek, Psychogeriatrie en Geriatrische revalidatiezorg, inclusief consultatie eerste lijn

    Kwaliteitsvoorwaarden leeromgeving Ambulant

    Kwaliteitsvoorwaarden leeromgeving Ziekenhuis

    Kwaliteitsvoorwaarden leeromgeving Keuzestage 

  15. Hoe toetsen we aios die verkorte opleiding doen?
    Dat komt aan de orde in het toetsboek en in de scholing voor opleiders.
  16. Wat als opleider doen als na 3 maanden twijfel is of de aios voldoende niveau heeft om de opleiding  te vervolgen? 
    Zoals ook bij de huidige opleiding, neemt de opleider contact op met het instituut.
    De beoordeling na 3 maanden is vergelijkbaar met de beoordeling na 3 maanden in het oude curriculum, met als verschil dat de beoordeling nu niet alleen een educatief, maar ook een selectief karakter heeft. Bij twijfel: overleg met instituut.
  17. Kunnen we patiënt of familie betrekken bij toetsing en beoordeling van aios?
    De opleider kan nu al de feedback van patiënt/familie betrekken bij zijn beoordeling. Op dit moment is er nog geen instrument om hen gericht feedback op het functioneren van de aios te vragen.