Tijdens de KOO zijn er twee beoordelingsmomenten: aan het einde van de Startfase en aan het einde van de Vervolgfase.
Criteria
De beoordeling aan het einde van de Startfase is gebaseerd op de volgende criteria:
- de opleider toont een lerende houding
- de opleider toont een doorgemaakte ontwikkeling
- de opleider toont een voldoende competentieniveau
Daarnaast worden de aanwezigheid tijdens de trainingsdagen en het compleet en tijdig inleveren van het portfolio meegenomen in de beoordeling.
De beoordeling aan het einde van de Vervolgfase is vrijwel gelijk, met één verschil: het competentieniveau wordt niet opnieuw beoordeeld. Dit is tijdens de Startfase al als voldoende vastgesteld.
Portfolio
Het portfolio is het belangrijkste instrument voor de beoordeling. Het maakt het leren en ontwikkelen zichtbaar en laat zien in welke mate de competenties worden beheerst. Per module is vastgesteld welke opdrachten minimaal in het portfolio worden opgenomen. Daarnaast is er ruimte voor andere relevante onderdelen.
Registratie als kaderarts
Na het succesvol afronden van zowel de Startfase als de Vervolgfase volgt certificering. Specialisten ouderengeneeskunde kunnen zich vervolgens registreren als kaderarts Opleiden via Verenso .

